Temporisation de l'iView. Le contenu du cache expiré est en cours d'affichage. Sélectionnez "Recharger" pour appeler le contenu mis à jour. Vous devez patienter jusqu'à ce que le cache appelle le contenu à partir de la source. Recharger
Temporisation de l'iView ; aucun contenu pouvant être affiché n'existe dans le cache. Sélectionnez "Recharger" pour appeler le contenu mis à jour. Vous devez patienter jusqu'à ce que le cache appelle le contenu à partir de la source.  Recharger

Kruidtuin

Tegenover elkaar aangebrachte haut-reliëfs in geschilderde en geëmailleerde buizen

Tramification fluide - Tramification syncopée (1978)

Het kunstwerk verwijst naar het metroverkeer. Ronde buizen uit staal in verschillende elementaire kleuren en dikten stellen tramlijnen voor en herinneren er de reizigers aan dat het station eerst als premetro geëxploiteerd werd. De technische uitwerking is vooral gebaseerd op de modulaire associatie en de buiging van ronde stalen pijpen van zes centimeter diameter. Aan bod komen vooral de tinten lichtblauw, fel marineblauw, lichtgroen, wit, geel, oranje en rood.
Het kunstwerk kreeg twee titels mee: «Tramification fluide/Tramification syncopée», de structurele elementen in roestvrij staal weerspiegelen het eigen karakter van de twee ensembles die tegenover elkaar staan door een duidelijk verschillend ritme maar allebei evenzeer het begrip beweging.
Het staal kreeg een email-behandeling in de oven om de schokbestendigheid te vergroten en het onderhoud te vergemakkelijken.

Emile Souply (Charleroi, 1933)

Hij volgt edelsmeedkunst en koperwerk aan de «Ecole des Métiers d'art» in Maredsous en wijdt zich aan het ontwerpen van juwelen in verschillende materialen, van zilveren beelden en grote beeldhouwwerken.
Emile Souply behoort tot de groep die zoekt naar manieren om iets kunstzinnigs te doen met de uitwassen van de industrialisering en van het functionalisme. Vanaf de jaren zestig begint hij industriële producten en technieken te integreren: aluminium, glas, plexiglas, geoxydeerd, roestvrij of gekleurd staal. Hij ontwerpt en maakt ook meubels en kleinere sculpturen en juwelen met vaak een vleugje humor.
Emile Souply nam deel aan verschillende internationale Biënnales en Triënnales. Hij verzorgde onder andere ook het hekwerk voor de ex-BBL (ING) in Brussel, het grote wandreliëf in staal en textiel voor het Hilton-hotel in Brussel en een sculptuur in glas en spiegelglas voor het Belgisch paviljoen op de wereldtentoonstelling van Montreal in 1967.

 

Twee tegenover elkaar geplaatste bas-reliëfs in koper van vier meter lang

The Last Migration (1977)

Dit werk is een mooi voorbeeld van de interactie tussen beeldhouwkunst en architectuur. De monumentale muursculpturen stellen de beweging van vogels in vlucht voor, het symbool van vrijheid. «De onaardse wereld van de metro heeft niets meer van de lucht, de zon, de bomen, het hele natuurlijke milieu van de mens. De mens denkt er alleen nog maar aan zich haastig te verplaatsenen zijn zorgen te koesteren. Voor iedereen die gevangen zit in die kommervolle routine heb ik geprobeerd een vogel middenin zijn vlucht te creëren als symbool van vrijheid», aldus Jean-Pierre Ghysels.
De kunstenaar verwezenlijkte zijn ontwerp in een gaaf abstracte, vloeiende en zuiver sculpturaal gedachte stijl. Zoals zo vaak in zijn oeuvre worden ook hier zachte en sobere vormen gebruikt, met afwisseling tussen massieve stukken en leegtes, waar het licht vrij spel in krijgt.

Jean-Pierre Ghysels (Brussel, 1932)

Hij studeert aan de Ecole des Métiers d'Art in Maredsous en krijgt vervolgens in Parijs les van Ossip Zadkine. Jean-Pierre Ghysels beheerst grondig diverse sculpturale technieken, maar zijn voorkeur gaat al jaren uit naar metaal, vooral naar koper en brons. In zijn beginperiode koos de kunstenaar voor herkenbare thema's in zijn kunstwerken. Nadien evolueerde zijn werk naar zuiver niet figuratieve beeldhouwkunst. In de meeste sculpturen van Ghysels ontmoeten soberheid en zinnelijkheid, kracht en gevoeligheid, overweging en organische groei elkaar in een geslaagde synthese. In de loop der jaren nam de behoefte van deze kunstenaar toe om steeds grotere kunstwerken te maken. Het formaat verhoogt niet alleen de zeggingskracht, maar Ghysels kan er ook perfect de confrontatie van de eigen creaties met de architectonische massa en ruimte mee aangaan.

 

21 beeldhouwwerken in meerkleurig hout

Les voyageurs (1980)

De kunstenaar heeft de reiziger voorgesteld die ‘s morgens uit de grond komt om er ‘s avonds in terug te keren. Dit schept een continu heen-en-weergeloop, een massa die aanzwelt als het tij, en zich terugtrekt wanneer de taak volbracht is. Hij wou vertellen over de «andere reiziger», de dromer in de metro die niet precies weet wat hij daar doet, maar die zich misschien in een of ander personage zal herkennen. De beeldengroep staat voor een achtergrond van spiegels, zodat de reiziger zichzelf aan het kunstwerk ziet deelnemen: door de spiegels krijgen we de indruk dat er meer personages aanwezig zijn. De 21 figuren zijn vooral in profiel voorgesteld en zijn fysionomisch zeer verschillend. Opvallend is dat de ogen sterk worden geaccentueerd. De ogen, monden, snorren, benen, armen en voeten zijn verhoogde delen en in een andere kleur uitgevoerd.
Pierre Caille richt zich in de eerste plaats tot de dromer in de kijker, tot wie nog wat fantasie heeft in deze zakelijke wereld.

Pierre Caille (Doornik, 1912 - Brussel, 1996)

Pierre Caille heeft een pioniersrol vervuld in de ontwikkeling van het keramische beeldhouwwerk in ons land. Hij beheerst snel de techniek van het pottenbakken, de faience, het email en het aardewerk, waarmee hij de vormen en kleuren ontdekt, die hem zullen leiden tot een «pottenbakker-beeldhouwer»-stijl, waarin mensen uit verschillende landen naïef en onschuldig lijken.Dat komt doordat hij de motieven schematiseert. Dit ongekunstelde past hij trouwens ook toe in zijn werk voor toneeldecors en kostuums. Pierre Caille was de eerste om een volwaardige keramiekatelier op te richten in ons land, namelijk aan de Hogeschool voor Architectuur en Visuele Kunst, La Cambre. Daarmee drukte hij meteen ook zijn stempel op vele generaties jonge artiesten. Keramiek bleef voor Pierre Caille altijd de belangrijkste kunstvorm, maar dat nam niet weg dat hij zich eveneens waagde aan bronzen beelden, collages, sculpturen in gelakt hout, schilderijen en juwelen.

 

Geëmailleerde keramische muurcompositie

Homenagem a Fernando Pessoa (1992)

Het kunstwerk is gebaseerd op het thema van de Portugese cultuur en stelt de dichter Fernando Pessoa voor, terwijl hij zijn schoenen laat poetsen. De figuren geven een onafgewerkte indruk. Het kunstwerk, dat in België tentoongesteld werd ter gelegenheid van Europalia '91, is een geschenk van Portugal aan België.
De Portugees Fernando Pessoa leefde van 1888 tot 1935. Zijn passie voor poëzie botvierde hij terwijl hij terzelfdertijd zijn brood verdiende als ambtenaar in Lissabon. Naast zijn eigen naam publiceerde Fernando Pessoa ook onder de pseudoniemen Alberto Caeiro, Ricardo Reis en Alvaro dos Campos. Heel wat van zijn poëzie verscheen in andere talen.

Júlio Pomar (Lissabon, 1926)

Tijdens zijn lange studietijd, onder meer in de scholen voor Schone Kunsten van Lissabon en Parijs, ontwerpt Pomar tekeningen met houtskool en viltstift op calqueerpapier. Hij maakt ook reeds plastische kunstwerken. Hij werkt tussen Lissabon en Parijs, waar hij vanaf 1964 talrijke individuele tentoonstellingen organiseert.
In 1956 richtte hij Gravura op, een grafisch atelier waar ledenartiesten zich konden uiten. In de jaren zestig vestigt Júlio Pomar zich definitef in Parijs om dichter bij het kloppend kunsthart te vertoeven.
Tijdens zijn loopbaan exposeerde hij in belangrijke landen en won ook vele prijzen met zijn werk. In 1978 stelt hij ook in België schilderijen en tekeningen tentoon.
Júlio Pomar heeft verscheidene literaire werken geïllustreerd zoals de publicaties van «La Différence».
De werken uit zijn beginjaren waren vaak een socio-politiek protest.

Beeldhouwwerken in brons (verloren was-techniek)

L'Odyssée (2004)

Martin Guyaux koos zelf het station Kruidtuin voor de installatie van zijn kunstwerk. Het gaat om een enorme zonneschijf en twee monumentale poorten in brons. «L'Odyssée» ziet hij als een grote zonnereis, die emoties en dromen opwekt. Daar zijn alleen gezichts- en tastwaarnemingen voor nodig. Guyaux beschouwt dit werk als een zonnemagma dat doorheen de tijd reist en langs de twee grote deuren een ander universum binnentreedt.
Het gaat om een enorme zonneschijf in brons en monumentale bronzen poorten.
Martin Guyaux had een concept voor ogen van een horizontaal beeldhouwwerk waarvan de bestemming verticaal is. De kunstenaar kantte zich sterk tegen het gebruik van sokkels omdat deze volgens hem het beeldhouwwerk verstoren.

Martin (Guyaux) (Biesme, 1940)

Martin Guyaux is een hedendaags beeldhouwer die zowel lyrisch abstract als geabstraheerd figuratief werk aflevert. Zijn favoriete materialen zijn brons, staal, steen en zwart Mazy-marmer. Hij gaf les in de Académie Royale des Beaux-Arts in Brussel en verwierf verschillende prijzen en onderscheidingen in België en in het buitenland. Ook nam hij deel aan diverse internationale tentoonstellingen, onder meer in Ravenna, Parijs, Athene, Skironio, Moskou, Peking en Rijsel.
Behalve in het station Kruidtuin is nog ander monumentaal werk van Martin Guyaux te zien bij Winterthur in Brussel, de Europese School in Ukkel, het ministerie van Financiën in Charleroi en de rotonde van het Paleis voor Schone Kunsten in Charleroi.